Betekenis van het woord "work off" in het Nederlands

Wat betekent "work off" in het Engels? Ontdek de betekenis, uitspraak en specifiek gebruik van dit woord met Lingoland

work off

US /wɜːrk ɔːf/
UK /wɜːk ɒf/
"work off" picture

Frasaal Werkwoord

1.

afreageren, kwijtraken

to get rid of something, especially a feeling such as stress, by doing something energetic

Voorbeeld:
She went for a run to work off her anger.
Ze ging hardlopen om haar woede af te reageren.
He needs to work off some of that nervous energy.
Hij moet wat van die nerveuze energie kwijtraken.
2.

afwerken, terugbetalen door werk

to pay back a debt by working

Voorbeeld:
He agreed to work off his debt by helping on the farm.
Hij stemde ermee in zijn schuld af te werken door op de boerderij te helpen.
You can work off the cost of your stay by doing chores.
Je kunt de kosten van je verblijf afwerken door klusjes te doen.